Het verschil tussen rashonden en kruisingen

Rashonden werden door de eeuwen heen gekweekt en geperfectioneerd volgens hun karakter en bloedlijn, wat hen vandaag de dag erg mooi maakt om naar te kijken. Er is echter een hondensoort die al veel langer meegaat: de bastaard. Dit soort honden zijn als het ware een cocktail van een groot aantal rassen, en ze zijn uniek in elk opzicht. Omdat deze honden, in tegenstelling tot hun volbloed neefjes, niet te lijden hebben onder aangeboren afwijkingen, hebben ze vaak een beter temperament en zijn ze gemakkelijker te trainen. Hoewel het mogelijk is een bastaardhond sterk op een volbloed te doen lijken, zijn de meeste kruisingen uniek en niet te kopiëren. De vraag blijft wel nog steeds of er een verschil is in het trainen van rashonden en kruisingen.
Het antwoord op deze vraag is nee. Deze dieren zijn net zo goed in staat trucjes te leren als rashonden, en dikwijls zijn ze hier zelfs beter in. Door hun goede karakter en intelligentie, zijn bastaarden vaak sterker op het gebied van gehoorzaamheid, en zijn ze erg makkelijk af te richten. Om een zo zuiver mogelijk ras te verkrijgen, heeft men jarenlang volbloeden gekweekt; dit heeft geleid tot inteelt, waarvan sommige hondenrassen nu nog steeds de gevolgen moeten dragen, onder de vorm van aangeboren afwijkingen of slechte karaktertrekken.
De bastaard heeft hier geen last van, en hoewel hij dikwijls niet de souplesse van een Deense dog of de mooie vacht van een chowchow heeft geërfd, heeft hij wel de goeie eigenschappen van beide meegekregen en nog verbeterd. Een bastaardhond kan evenveel trekjes vertonen van een poedel als van een dobermann of een sint-bernard, waardoor hij niet alleen heel huiselijk is, maar ook een beschermend en zorgzaam karakter kan hebben. Naast al deze goede kwaliteiten is het ook waarschijnlijk dat een kruising niet langer het agressieve gedrag van zijn rasechte voorvaderen vertoont. Als u de balans opmaakt en er ook nog eens het prijsverschil tussen rashonden en kruisingen bij optelt, is het niet moeilijk te begrijpen waarom zoveel gezinnen maar al te graag een bastaard in huis nemen. Deze dieren zijn in staat om zowel intelligentie en zorgzaamheid te tonen, als om bevelen op te volgen en problemen te vermijden. Dit doen ze al duizenden jaren en ze zullen het waarschijnlijk nog veel langer blijven doen.
Nog een positief punt aan bastaarden is dat ze gemakkelijk verschillende soorten trainingen aankunnen, iets wat voor veel rashonden erg moeilijk is. Een kruising tussen een Ierse setter en een redbone kan bijvoorbeeld getraind worden in het jagen op vogels, maar ook in het jagen op klein wild, zonder in verwarring te geraken. Een combinatie tussen een husky en een Duitse herder heeft een erg beschermend karakter en tegelijk de spierkracht om zwaar werk te verrichten. Hoewel het dier dan niet langer een volbloed is en er misschien minder mooi uitziet (of juist niet), krijgt u hiervoor heel wat in de plaats. Wanneer men deze feiten bekijkt, is het moeilijk te geloven dat nog steeds zoveel bastaarden ongeliefd en ongewild zijn, vooral omdat ze voor een trainer vaak de betere keuze zijn.
Natuurlijk zijn er ook situaties waarin bastaardhonden niet thuishoren. Als u van plan bent honden te gaan trainen met als doel deel te nemen aan hondenshows, kiest u nog steeds best een rashond uit en richt u hem af volgens zijn eigen capaciteiten. Ook in het leger lijkt men een voorkeur te hebben voor rashonden omwille van hun uiterlijk, hoewel veel legerhonden vandaag niet helemaal raszuiver zijn. Maar wanneer u niet van plan bent aan hondenshows deel te nemen of met uw hond in het leger te gaan, raden we het kiezen van een bastaard zeker niet af, integendeel: in veel gevallen is het juist een betere keuze, en u redt er misschien het leven van een hond mee.